McLaren heeft in Japan eindelijk een teken van leven gegeven na een moeizame seizoensstart. Na twee dramatische weekenden in Australië en China wist het team in Suzuka weer mee te doen, met een tweede plaats voor Oscar Piastri als voorlopig hoogtepunt.
Toch blijft de realiteit hard: de Britse renstal zit nog altijd in de achtervolging op Mercedes en Ferrari en weet zelf ook waar het probleem ligt.
‘We konden eindelijk meedoen’
Teambaas Andrea Stella zag duidelijke verbeteringen in Japan en legt uit waarom McLaren deze keer wél competitief was.
“Deze race verliep een stuk voorspelbaarder en dat speelde in ons voordeel”, klinkt het. “We konden beter gebruikmaken van onze krachtbron, waardoor we in de kwalificatie en de race dichter bij de top zaten.”
Volgens Stella zat McLaren in Suzuka zelfs op gelijke hoogte met Ferrari, al bleef Mercedes een klasse apart. “Zodra die jongens voorop rijden, verdwijnen ze gewoon uit beeld”, stelt hij. “Dat zag je opnieuw na de Safety Car.”
Ook andere factoren speelden een rol. “De power unit werkte hier bijzonder goed en bovendien hadden we geen last van bandenslijtage zoals in eerdere races. Dat heeft ons absoluut geholpen om in de strijd te blijven.”
‘Ons chassis schiet nog tekort’
Toch wil Stella niet te vroeg juichen. Achter het podiumresultaat schuilt nog altijd een duidelijk probleem: het chassis van de McLaren.
“Als je de data bekijkt, zie je dat Ferrari nog steeds sterker is in de bochten”, legt hij uit. “Zij genereren simpelweg meer grip dan wij, en dat is een belangrijk verschil.”
Volgens de Italiaan werd dat probleem in Suzuka deels gemaskeerd door het circuit zelf. “Het asfalt hier biedt veel grip, en dat helpt wanneer je chassis niet optimaal presteert.”
De conclusie is dan ook helder binnen McLaren. “Het is positief dat we weer meedoen, maar dat verandert niets aan onze prioriteiten”, benadrukt Stella. “We moeten absoluut stappen zetten met het chassis, want daar ligt onze grootste winst.”
0

Reacties (0)
Login om te reageren