In de paddock gonst het van de geruchten: Mercedes zou met de nieuwe motorreglementen in 2026 opnieuw over de te kloppen krachtbron beschikken. Het roept herinneringen op aan 2014, toen het merk uit Stuttgart bij de vorige grote motorwijziging meteen een beslissende voorsprong nam. Mercedes-teambaas Toto Wolff tempert die verwachtingen echter.
Vanaf 2026 stapt de Formule 1 over op een vernieuwde versie van de 1,6-liter V6-hybride, met een gelijke verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische aandrijving en volledig duurzame brandstoffen. Door die ingrijpende wijzigingen wordt verwacht dat de verschillen tussen de vijf motorfabrikanten in het eerste jaar groter zullen zijn dan we de afgelopen seizoenen gewend zijn.
Na vier jaar motorische ontwikkelstilstand hebben de fabrikanten in stilte gewerkt aan de nieuwe generatie krachtbronnen. Eind januari worden die voor het eerst getest, wanneer alle elf teams vijf dagen lang achter gesloten deuren rijden op het Circuit de Barcelona-Catalunya.
Meer elektrisch vermogen
De technische uitdaging is groot. De rondetijden mogen immers niet drastisch terugvallen, ondanks het sterk toegenomen elektrische aandeel. Om dat te compenseren zijn in de chassisregels actieve aerodynamische systemen ingevoerd, die extra neerwaartse druk in bochten en minder weerstand op rechte stukken moeten opleveren.
Wie bij de start van het nieuwe tijdperk het beste voor de dag zal komen, blijft voorlopig giswerk. Toch wordt in de paddock vaak gewezen naar Mercedes High Performance Powertrains uit Brixworth. Die afdeling levert vanaf 2026 motoren aan Mercedes zelf, McLaren, Williams en nieuwkomer Alpine.
Wolff tempert verwachtingen
Wolff blijft nuchter wanneer hij in de podcast Beyond The Grid wordt geconfronteerd met de favorietenrol. “Wij zien het glas altijd halfleeg,” benadrukt hij. “Sterker nog: McLaren was dit seizoen met een Mercedes-motor het betere team.”
Ook motorbaas Hywel Thomas wil niets weten van borstklopperij. “Ik denk eigenlijk altijd dat we niet genoeg vermogen hebben en dat het beter moet,” stelt hij. Wel verwacht Thomas dat de drie tests voorafgaand aan het seizoen – in Barcelona en Bahrein – voldoende zijn om eventuele kinderziektes weg te werken.
Tegelijkertijd erkent hij dat de nieuwe regels ruimte laten voor verschillen. “Het is altijd mogelijk dat iemand iets heeft gevonden wat de rest nog niet ziet,” zegt Thomas. “Maar de regels zijn juist opgesteld om extreme gaten te voorkomen.”
'Coureur-interactie wordt cruciaal'
Volgens de Brit zullen drie factoren doorslaggevend zijn: pure kracht van de verbrandingsmotor, efficiëntie van het elektrische systeem en de manier waarop alles samenwerkt. “Maar misschien wel het belangrijkste is hoe je die energie inzet in de race,” legt hij uit. “De interactie met de coureur wordt cruciaal.”
Hoewel de reglementen ingrijpend zijn, noemt Thomas ze minder revolutionair dan die van 2014. “Veel technologie bestaat al. De echte uitdaging zit dit keer in het racen zelf: wanneer gebruik je welke energie? Dat vraagt een compleet nieuwe manier van denken.”
0

Reacties (0)
Login om te reageren