Imola staat bekend als een 'stop-and-go' circuit. Sinds de snelle Tamburello bocht in een chicane veranderd is geldt dit nog meer. De belasting voor de motoren is hoog in Imola, telkens weer moeten de coureurs optrekken uit de langzame bochten. Ongeveer 62 procent van een ronde geeft de coureur volgas.
Toch zijn er ook wat eigenschappen van het circuit die de motor ten goede komen. Het komt goed uit dat het circuit geen lange rechte stukken heeft. Daardoor worden de zuigers en andere bewegende onderdelen niet al te hoog belast, aldus Fabrice Lom, de motoringenieur van
Giancarlo Fisichella. Daar tegenover staat de te verwachten koude lucht, waardoor er een hogere luchtdichtheid is, wat weer voor een groter motorvermogen zorgt.
Ook de cerbstones spelen een belangrijke rol in Imola. De cerbstones maken deel uit van de ideale lijn en kunnen dus een gevaar opleveren voor de motor. Als de auto over de cerbstones rijdt, komen de achterwielen los van het asfalt. Daardoor kan het gebeuren dat de motoren doordraaien of dat de toerenbegrenzer zwaar belast wordt, aldus de ingenieur van Fisichella. De rijders moeten absoluut zien te voorkomen dat ze in het regelbereik van de toerenbegrenzer komen, dat veroorzaakt vibraties die tot schade kunnen leiden.
Ondanks deze mogelijkheid worden de
Renault rijders niet aangespoord zich in te houden. We zullen
Fernando Alonso en Giancarlo Fisichella bijvoorbeeld niet vragen om een bepaalde bocht langzamer te rijden om de motor te sparen, aldus Lom. Toch is het afhankelijk van de racesituatie raadzaam op sommige stukken eventueel een andere lijn te rijden of eerder te schakelen. Door deze eenvoudige maatregelen wordt het risico op een kapotte motor duidelijk gereduceerd.
Reacties (0)
Login om te reageren